Onderwijsprogramma

Leerlingen krijgen vakken als Nederlandse taal en communicatie, rekenen, mens en maatschappij, burgerschap, creatieve vakken en sport. Daarnaast besteden we speciale aandacht aan de sociaal- emotionele ontwikkeling en het gedrag van onze leerlingen. Dit doen we met een aangepast onderwijs- 
programma en methoden voor de leerroutes 1 tot en met 5. De leerstof is afgestemd op de leerroute en is gericht op het uitstroomprofiel dagbesteding of (beschutte) arbeid. 

Expliciete Directe Instructie

Leerlingen leren doordat ze nieuwsgierig zijn. De school biedt de mogelijkheid om kennis op diverse manieren te verkrijgen. De medewerkers geven instructie en de leerlingen mogen de lesstof op een eigen manier verwerken. Dat kan zijn door lessen alleen te maken of met anderen samen. Leerlingen die een korte instructie nodig hebben, kunnen zelfstandig aan het werk. Voor de leerlingen die meer instructie nodig hebben, wordt gebruik gemaakt van de verlengde instructie. Het gebouw is zo ingericht dat leerlingen zien wat er gedaan wordt. Dit om hen uit te dagen, om te kunnen zien waar je voor kunt kiezen en wat dat dan in kan houden. Leerlingen op de Ziep leren het beste door te ervaren, door te mogen proberen of te mogen kijken. Een rijke omgeving (zowel binnen als buiten het gebouw) helpt hen om keuzes te kunnen maken. Ervaringen opdoen = leren. 

In schooljaar 2025-2026 verkennen we een ander instructiemodel voor onze lessen, namelijk het EDI-model (expliciete directe instructie). Op dit moment wordt de overgang gemaakt van het Directe Instructie Model (DIM) naar EDI. Vanaf schooljaar 2026-2027 gebruiken wij het nieuwe model (EDI). Expliciete Directe Instructie (EDI) is een effectieve manier om leerlingen de leerstof succesvol aan te leren. De leerlingen zijn hierdoor gemotiveerder en actiever betrokken bij de lessen. De leerkracht pelt tijdens de instructie zijn/haar groep af. Leerlingen die het doel en de lesstof al begrijpen, kunnen en mogen snel aan de slag. Leerlingen die wat meer tijd nodig hebben, worden wat langer begeleid tijdens de instructie. Op deze wijze zorgen we er voor, dat iedere leerling de instructie en ondersteuning ontvangt die nodig is.


Leerpleinen
 

We stimuleren de ontwikkeling van onze leerlingen en bieden optimaal onderwijs. Dit heeft gezorgd voor een aanpassing in de leeromgeving binnen school. 

  • Na de brede vormingsfase in de onderbouw volgt de oriëntatiefase en de transitiefase binnen onze leerpleinen. 
  • Binnen die leerpleinen is de oriëntatie- en uitstroomfase beter ingericht op het uitstroomprofiel van de leerling. Op deze manier kunnen we de theorie, de praktijk en de stage- en uitstroomtrajecten nog beter afstemmen op de behoefte van de leerling. 
  • Leerlingen van 12 en 13 jaar uit leerroute 1 of 2 kunnen starten in de onderbouw, in het leerplein 1-2-3 of in de OZG. 
  • Leerlingen zitten op leeftijd bij elkaar in de onderbouw of in de leerpleinen. 
  • De leerling blijft volgt de drie fases (zie info hieronder) binnen de school en blijft gemiddeld twee jaar in dezelfde groep zitten. 
  • Op een leerplein wordt met meerdere professionals (leerkrachten, onderwijsondersteuners, praktijk- 
    begeleiders, intern begeleiders en zorgmedewerkers) op een grotere groep gewerkt. Iedere medewerker heeft zijn/haar expertise.
  • De begeleiding van de leerlingen vindt plaats in samenwerking met alle medewerkers en valt onder de verantwoordelijkheid van de Commissie voor de Begeleiding.  

Drie fases 

Drie fases voor het onderwijs  

Het onderwijsprogramma bestaat uit drie fases: de brede vormingsfase, oriëntatiefase en transitiefase. Er wordt met de leerlingen gewerkt aan cognitieve vaardigheden, zelfredzaamheid, sociaal- emotionele ontwikkeling, zelfinzicht en arbeidsvaardigheden.  

Onderbouw  

Fase 1: Brede vormingsfase (12 – 14 jaar)  

Vanaf de onderbouw zitten leerlingen met hetzelfde uitstroomprofiel zo veel mogelijk bij elkaar in een groep. Het onderwijs heeft een brede vormingsbasis en sluit aan op waar de leerling op de vorige school gebleven is. Het aanbod bestaat uit theoretische vakken en praktijkvakken. De leerling leert door te doen, waarbij motivatie belangrijk is. We creëren in de onderbouw mogelijkheden om te wisselen of schakelen tussen de twee uitstroomprofielen. In de onderbouw ligt de nadruk op basisvakken als Nederlands, Engels, rekenen en sociale vaardigheden. De praktijkvakken zijn bedoeld ter kennismaking. Leerlingen met uitstroomprofiel arbeid doen in het tweede jaar van de onderbouw al een interne stage.  

Middenbouw  

Fase 2: Oriëntatiefase (14 – 16 jaar)  

Afhankelijk van hun leerroute en uitstroomprofiel krijgen leerlingen onderwijs aangeboden in het leerplein 1-2-3 of leerplein 3-4-5.  

In de middenbouw worden de stages steeds belangrijker. Steeds meer lijkt de leeromgeving op een realistische werkomgeving. Leerlingen lopen ook stage binnen de school. De woensdag, donderdag en vrijdag zijn lesdagen, de maandag en dinsdag zijn vaste stagedagen (intern of extern). Omdat leerlingen meer op stage zijn, neemt het aantal theorievakken af. De middenbouwfase is oriënterend: de leerling krijgt zicht op wat bij hem past. In deze fase nemen we ook de eerste beroepsinteressetest af. Leerlingen kiezen bovendien uit een van de vijf praktijkroutes die we op onze school aanbieden: groen, hout, metaal, consumptief of verzorging.  

Bovenbouw  

Fase 3: Transitiefase (16 – 18 jaar)  

Afhankelijk van hun leerroute en uitstroomprofiel krijgen leerlingen onderwijs aangeboden in het leerplein 1-2-3 of leerplein 3-4-5. 

De leerling loopt in deze fase twee of meer dagen per week stage en komt op maandag en dinsdag naar school om onderwijs te volgen. Op school ligt de nadruk op het ontwikkelen van algemene competenties om te functioneren in een dagactiviteitencentrum of op de ontwikkeling van vaardigheden die nodig zijn als werknemer in het bedrijfsleven. De werkervaringen en resultaten worden vastgelegd. In de bovenbouw bekijken we daarnaast of de leerling de juiste richting heeft gekozen. De ondersteuningsbehoefte en de uitstroomrichting worden goed in beeld gebracht. Samen met de mentor coördineert de stagebegeleider het uitstroomtraject. 

Nu & Later gesprekken 

Als leerlingen de overstap maken naar de volgende bouw ontvangen zij en hun ouders een uitnodiging voor een Nu & Later gesprek. Zij praten met de Commissie voor de Begeleiding over onderwijs, stage, wonen, werk, vrije tijd, burgerschap en indicaties. Zo maken we het traject richting uitstroom concreet. De begrippen ‘passie, plezier en prestatie’ staan tijdens deze gesprekken centraal. In het laatste schooljaar organiseren wij het uitstroomgesprek met de leerling, ouders, groepsleiding, stagebegeleider en betrokkenen.